Bleiswijk - George de Wit is helemaal op zijn
plaats als beheerder van het groen in de Rottemeren. “Een prachtig mooi
oer-Hollands gebied, met de molens en de Rotte met zijn rietkragen,” zegt De
Wit die het vooral een grote uitdaging vindt om juist in de druk bevolkte Randstad
‘de natuur naar de mensen te brengen’.
Als De Wit zijn dienstauto parkeert aan de Lange Vaart, vlak bij de IJsclub, kijkt hij meteen omhoog om te zien hoe de bomen er aan toe zijn. “Er is iets heel vervelends aan de hand met de es, het heet de essentakziekte en wordt veroorzaakt door een schimmel."
“Vroeger wilde ik boer worden. Mijn ouders hadden een
melkveehouderij maar het bedrijf ging, zoals in de meeste families, naar mijn
oudste broer. De liefde voor dieren en de natuur en bracht mij wel waar ik nu
ben. Vooral met bomen had ik altijd al iets. Als kind uitte zich dat in klimmen
en klauteren maar na de middelbare school ging ik werken bij een hovenier in de
boomzorg. Niet altijd zonder gevaar maar je moet weten wat je doet. Met een
tuigje aan een lijn omhoog om takken te snoeien en dood hout uit de boom te
halen. De stap naar Staatsbosbeheer was niet groot. Na een opleiding aan de middelbare
bosbouw- en cultuurschool mocht ik mij objectbeheerder noemen. Naast het
buitenwerk was er een groot gedeelte administratief werk. Dat was niet mijn
hobby. Er kwam dan ook een moment dat ik mij afvroeg ‘wil ik dit blijven doen?’
Het antwoord vond ik in deze baan. Bij de Rottemeren werk ik voor het overgrote
deel buiten. Het leukste aan natuurbeheer is voor mij om het besef bij de
mensen te brengen hoe je omgaat met de natuur. Het liefste zou ik de jeugd meer
bij de natuur betrekken.”
Het
gaat De wit erg aan het hart dat de prachtige essen, beeldbepalend voor het
landschap en soms veertig tot vijftig jaar oud, mogelijk uit het landschap
verdwijnen. “De essentaksterfte is een rare kwestie. We weten dat het een
schimmel is maar er is totaal geen zicht op wat er aan te doen is. De slechte
exemplaren worden verwijderd.”













