Bleiswijk – In een kano, in een motorbootje of gekleed in
een waadpak. Zo kom je de muskusrattenbestrijder tegen. Altijd langs de oevers,
op zoek naar sporen van de muskus- of beverrat. Zo’n 1000 kilometer lengte
waterkant valt onder zijn verantwoordelijkheid. Samen met negen collega’s en
een rayonambtenaar van het waterschap beschermt Jan Hermus op deze manier de
kades en dijken. “De ratten graven enorm veel grond af en bouwen gangen
waardoor instorting van de kade dreigt.”
“Mijn opa was tuinder en ook beroepsjager. Ik ging altijd
met hem mee.” Via een baan in de bosbouw bij het Recreatieschap Rottemeren kwam
het ambt van muskusrattenbestrijder op Hermus’ pad. “Het voelt niet als werk,
daarom houd ik het al tweeëndertig jaar vol.”
 |
| “Keutels van de ratten zetten je soms op het spoor van een ‘bouw’, zo heet hun behuizing onder water. Ze zijn gek op oeverplanten. Je kijkt dus ook altijd of daar ‘vraat’ aan zit. Een beverrat bijt een stengel af met een strakke streep overdwars, anders dan een muskusrat die een meer hoekige beet heeft. Zulke dingen weet je uit ervaring. |
Om te weten waar ze graag zitten
moet je kijken door de ogen van de rat. Ze eten planten en zoetwatermosselen,
deze laatste bijten ze op een speciale manier open. De muskusrat laat een
mossel helemaal heel, in tegenstelling tot een meerkoet die hem helemaal kapot
slaat. Een volwassen muskusrat graaft in een jaar wel een kuub grond uit de
kade. Als ik er eentje op het spoor ben, trek ik mijn lieslaarzen aan en zoek
ik met mijn voeten naar het gat van zijn bouwsel. De volgende stap is het
zetten van een klem. Het klinkt niet leuk, maar hiermee beschermen we wel het
omringende laaggelegen gebied tegen overstroming.”
“Door
alles wat ik zie op een dag, met daarbij de vrijheid die ik heb, word ik het
nooit zat. Net nog lag ik met de boot ‘in het kantje’ mijn twaalfuurtje op te
eten, toen er tien meter bij mij vandaan een ijsvogeltje even kwam vissen. Ik
verdiep mij in meer dan alleen die rat. De natuur verandert steeds, laatst nog
zag ik een kiekendief, een grote roofvogel, overvliegen. Die ben ik later samen
met mijn vrouw, ook een natuurliefhebber, gaan zoeken.”