Bleiswijk - Toen Gerco Vos jaren geleden
een kerstpakket kreeg met daarin drie balletjes en een uitleg voor een
basispatroon, kwam Vos in de greep van het jongleren dat meer is dan alleen
maar het omhoog gooien en weer opvangen van een voorwerp.
“Na een keer of
vijf oefenen had ik het al onder de knie en heb ik ze weggelegd. Enige tijd later
ging ik toch meer patronen uitproberen. Toen jongleergroep Juggle Struggle in
Zoetermeer zestien jaar geleden een oproep deed, sloot ik mij daarbij aan. Je
leert het meeste van elkaar. In het klein gymzaaltje verlegde ik mijn grenzen.
Je kan er niet meer mee stoppen, je wil steeds meer balletjes in de lucht
houden en het liefst ook steeds langer. Bij vier balletjes en veertig
verschillende patronen vond ik het in mijn eentje niet zo boeiend meer. Ik vind
het veel leuker om met meer mensen, soms wel met vijf tegelijk, over te gooien.
Ik ging dat ook met kegels doen. Ik werd vrijwilliger bij jeugdcircus Nevermind en ging kinderen enthousiast maken voor het jongleren. Het is zo
fijn om te zien dat kinderen hun eigen creativiteit inbrengen. Dat is veel leuker
dan hen een bestaand ‘kunstje’ leren. Je moet natuurlijk wel zorgen dat je ze
voor blijft. 'Meester kunt u dit ook' vragen ze dan aan mij. Oefenen, oefenen
en nog eens oefenen dus.” Vos demonstreert
met drie balletjes – rood, blauw en geel - dat het zeker niet ‘zo maar gooien
en weer opvangen’ is. Bij de cascade, de basisbeweging van het jongleren,
worden de ballen vanuit het midden opgegooid in twee tegengestelde richtingen en
daar opgevangen. Als je dit herhaalt ontstaat een wiskundig figuur dat lijkt op
een acht. Er bestaan zelfs wiskundige formules voor het ideale patroon.”



