JAN-WILLEM
TOL. Zijn naam in grote letters op een affiche van de Kamloops Blazers. Even
leek het voor de huidige slager werkelijkheid te worden. Een sportcarrière als
ijshockey professional in Canada lonkte. Dat was het enige waar de jonge telg
van de slagersfamilie van kleins af aan van droomde. “Vanaf mijn dertiende jaar
ging ik elke zomer naar Canada om in de Summer League te spelen. De rest van
het jaar zat ik op school en werkte ik in de slagerij. Af en toe werd door mijn
ouders de hand over het hart gestreken om financieel bij te springen maar de
reizen moest ik zelf betalen.” Teleurstelling alom toen na anderhalf jaar ‘overzee’
wonen en studeren het ontbreken van een werkvisum roet in het eten gooide voor
een contract.
‘Dan
kom je bij mij in de zaak’, zei Vader Bas in 1989 en Jan-Willem ging naar de
slagersvakschool. “Vaktechnisch was ik helemaal ‘groen’. Ja, ik wist hoe je de
tent schoon moest maken van voor tot achter. Ik wilde de studie zo snel
mogelijk achter de rug hebben. Dus heb ik vijf jaar in drie jaar afgerond. Mijn
vader had tijdens zijn slagersopleiding alleen maar discussie gevoerd en
geprobeerd die mensen op een ander denkpatroon te krijgen. Hij gaf mij het
advies ‘doe het vooral niet zoals ik het gedaan heb’ dus deed ik braaf wat ze
vroegen”.
De
werkwijze en filosofie van de slagersfamilie is anders dan die van de doorsnee
slager. Geen vitrines met kant en klare producten. “Alles bij ons is ‘maatwerk’,
zegt Jan-Willem. Regelmatig hangt er een hele koe aan de haak. Soms lopen er
kinderen langs, die het eng vinden. Ik roep ze dan naar binnen en leg uit wat
het ruggenmerg is. Ze gaan toch ook op excursie naar museum Corpus?”
![]() |
| Regelmatig hangt er zo’n vierhonderd kilo ‘schoon aan de haak’ |
“De
hele slagers business is in de loop der jaren veranderd. Het gros heeft zich
laten verleiden tot de makkelijke weg en het oude ambacht overboord gegooid.
Ik
heb als een van de laatsten nog het volledige pakket op de slagersvakschool gehad.
Worst maken zit nu niet meer in de opleiding, ook niet als module, dat moet je
dus in de praktijk leren.”
Vroeger
werd met boekjes langs de deuren gelopen om ‘op te nemen’ waarna het vlees werd
thuisbezorgd. “De grootste verandering met vroeger is de telefoon.”
Vader
en zoon staan regelmatig met z’n tweeën in de slagerij en lachen hartelijk als
het samenwerken ter sprake komt. “Op een gegeven moment heeft hij andere ideeën
die beter zijn dan de mijne,” zegt vader Bas vanachter het hakblok.”
“Soms
ook niet hoor,” grinnikt Jan-Willem. “Het is net een ladder. De een zet de ladder
op en gaat klimmen. Mijn vader en ik hebben vijfentwintig jaar samen op die
ladder geklommen. Opa Dirk moest ooit noodgedwongen de zaak in toen zijn vader,
grondlegger Bas, in 1939 overleed.
“Thuis
en de zaak zijn bij ons niet te scheiden. Als het druk is in de winkel moet je
’s avonds door. Dit is je leven. En als je je daar niet goed bij voelt moet je
het veranderen.”
“Soms
denk ik weleens ik had beter voor mijzelf kunnen beginnen. Dat was makkelijker
geweest. Je wil natuurlijk nooit de generatie zijn waar het faalt, die druk is
er wel altijd.”
Slagerij
Tol werd In de oorlog van 1940-1945 aangewezen om het Coolsingelziekenhuis en
de Adriaanstichting te bevoorraden. In de zaak werd gelaveerd tussen een
toegewezen hoeveelheid vlees en een aantal bonnen.
Vertrouwen
loopt volgens Jan-Willem als een rode draad door het bedrijf.
“Wij
kennen onze klanten die soms al van generatie op generatie bij ons komen. Daar
groei je in. Ons succes mag nooit ten onder gaan dòòr het succes. Dit bedrijf
kan niet groeien want dan loop je klem op je ambacht. Dat betekent niet dat je
stilstaat, je moet wel met je tijd meegaan.”
De vrouwen
spelen een grote rol in het familiebedrijf. “In het geval van Yvette en mij is
het onze eigen keuze geweest. Met elkaar werken en ook privé nog lol hebben.”
In
de vorige generaties was het heel normaal dat de partners meewerkten. “Zonder
de vrouwen naast de mannen was het bedrijf er niet geweest.”
En
wat de toekomst betreft? ”Ik laat onze twee kinderen compleet de vrije keuze.
Als
je niet de drive van jezelf hebt moet je het niet doen.”
Rubriek 'Het hart van de zaak' Door Andrea van der Houwen
Editie Hillegersberg-Schiebroek Hart van Holland nummer 9 02-12-2015


Grappig zo'n gedetailleerd en leuk verhaal als "oud" Hillegerbergenaar te lezen. Kan mij herinneren dat de vader van Bas Tol ook een zeer gedreven en op en top vakman was
BeantwoordenVerwijderendie exact wist wat te doen om zijn cliënten tevreden te houden. Mijn moeder was op een gegeven moment wat ontevreden over een een stukje vlees en wie stond er de daarna met een mooi stukje biefstuk voor de deur.... slager Tol ! Over klantvriendelijkheid gesproken (was begin vijftiger jaren) Maakte een enorme indruk op ons gezinnetje. M. vr. gr. Ton van 't Hoenderdaal