woensdag 16 november 2016

MEE-sporten in Lansingerland

‘Plezier maken’ en ‘erbij horen’

Lansingerland - Voor veel mensen is sporten heel gewoon. Een wedstrijdje voetballen, een potje tennis of een rondje hardlopen. Als we hen vragen wat iemand met een beperking op sportgebied zou kunnen doen, wordt er al snel aan rolstoeltennis,
g-hockey en g-voetbal gedacht. “Maar er is zó ontzettend veel meer mogelijk,” meent Ed Hagers, sportconsulent bij SportMEE van MEE Rotterdam Rijnmond. “Paardrijden, judo, gymnastiek, zwemmen en zelfs snorkel les!”

De G-stars van DOTO kijken er de hele week naar uit. ‘Hun’ sportuurtje in Sporthal De Zijde. “Gezellig met elkaar knotshockeyen en worstelen, maar ook balspelletjes en ’staart-tikkertje’ maken er vooral een vrolijk uurtje van. Volgens Sabrina van Schaik heeft haar tienjarige dochter Dianthe(uiterst rechts op het klimrek), het er de hele week over. “Het is, buiten het kleine wereldje waarin zij leeft, echt iets voor haarzelf.”

Het doel van sporten is volgens Ed Hagers niet alleen ‘plezier maken en ‘erbij horen’. “Het vergroot ook je zelfvertrouwen, weerbaarheid en zelfbeheersing. Stuk voor stuk eigenschappen en vaardigheden die voor kinderen met een licht verstandelijke beperking of met autisme extra belangrijk zijn.” De sportconsulent begeleidt deze kinderen en hun ouders uit Lansingerland op weg naar een passende sport. “Zij vallen bij de reguliere sporten tussen wal en schip.” Het volgen van zwemlessen, voor elk kind vanaf een jaar of zes heel gewoon, levert voor hen soms zodanig problemen op dat zij op hun dertiende, soms veertiende, jaar nog steeds geen zwemdiploma gehaald hebben. Hagers bemiddelt met zwembaden die in speciale groepjes of soms een-op-een lesgeven. “Een enkele keer moet je daarvoor wel naar een zwembad buiten Lansingerland.”

Ouders hebben het er vaak graag voor over om iets verder te reizen voor zwemlessen of een sport die bij hun kind past maar als het vervoer een probleem blijkt te zijn kan MEE ook daarbij bemiddelen.

Campagnes van de overheid zijn niet ongemerkt aan de mensen voorbij gegaan. Het positieve effect van sporten op het geestelijke welzijn herkent iedereen inmiddels wel. Hagers ziet in zijn praktijk dat kinderen met meer zelfvertrouwen zich ook lichamelijk beter gaan voelen. “Dan bereik je dus een verschuiving van zorg naar sport.”

Jacco Koornneef, trainer van het Soccer Boys g-team spreekt uit eigen ervaring. “Met sporten ga je ongemerkt over limieten heen en bereik je soms sneller en beter resultaat dan met fysiotherapie. Ik zie die gasten elke week beter gaan lopen. Ouders zeggen, als hun kind een paar weken op voetbal zit, ‘wat gebeurt hier?’ Bij de fysio doen ze hun kunstje, twintig keer dit en twintig keer dat, maar tijdens een training of een wedstrijd  gaat het bewegen spelenderwijs.” Deze kinderen hebben weinig ontspanning naast school of hun baantje. “Het sporten en alles daaromheen is dus ook een belangrijk sociaal gebeuren voor ze,” benadrukt Koornneef. “Je stuurt ze ook niet zomaar naar een dancing.”


Hagers: “Zelf een sportvereniging zoeken kan natuurlijk, en het lukt ook vaak.” Soms komt een gezin er niet op eigen houtje uit. De sportconsulent haalt het verhaal aan van een autistische jongen waarbij op het eerste gezicht helemaal niet duidelijk was wat hij nou een leuke sport of bezigheid zou vinden. “Eigenlijk wilde hij niks. Maar toen ter sprake kwam dat hij op school ooit gesnowboard had, ging hij meteen rechtop zitten.” Na enkele snowboardlessen kreeg hij nogal spierpijn. Om dit te bestrijden, ging de jongen zelf hardlopen. “Een mooi voorbeeld van zelfredzaamheid,” roemt Hagers de jongen die zoveel zelfvertrouwen kreeg dat hij later zelfs met jongerenreizen op stap ging.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten