donderdag 3 december 2015

Vier generaties maatwerk slagerij Tol Hillegersberg


Rotterdam-Hillegersberg – Oorspronkelijk afkomstig van de Zuid-Hollandse eilanden en met boerenbloed in de aderen streek oprichter Bas Tol van slagerij B.Tol & Zn in 1910 neer in Rotterdam. De toenmalige ‘vleeschhouwerij’ bevindt zich anno 2015 en enkele verbouwingen later nog op dezelfde plek, op de hoek van de Bergse Dorpsstraat en de Kerkstraat. Inmiddels mag het bedrijf zich Hofleverancier noemen en staat de vierde generatie achter het hakblok.


JAN-WILLEM TOL. Zijn naam in grote letters op een affiche van de Kamloops Blazers. Even leek het voor de huidige slager werkelijkheid te worden. Een sportcarrière als ijshockey professional in Canada lonkte. Dat was het enige waar de jonge telg van de slagersfamilie van kleins af aan van droomde. “Vanaf mijn dertiende jaar ging ik elke zomer naar Canada om in de Summer League te spelen. De rest van het jaar zat ik op school en werkte ik in de slagerij. Af en toe werd door mijn ouders de hand over het hart gestreken om financieel bij te springen maar de reizen moest ik zelf betalen.” Teleurstelling alom toen na anderhalf jaar ‘overzee’ wonen en studeren het ontbreken van een werkvisum roet in het eten gooide voor een contract.

‘Dan kom je bij mij in de zaak’, zei Vader Bas in 1989 en Jan-Willem ging naar de slagersvakschool. “Vaktechnisch was ik helemaal ‘groen’. Ja, ik wist hoe je de tent schoon moest maken van voor tot achter. Ik wilde de studie zo snel mogelijk achter de rug hebben. Dus heb ik vijf jaar in drie jaar afgerond. Mijn vader had tijdens zijn slagersopleiding alleen maar discussie gevoerd en geprobeerd die mensen op een ander denkpatroon te krijgen. Hij gaf mij het advies ‘doe het vooral niet zoals ik het gedaan heb’ dus deed ik braaf wat ze vroegen”.

De werkwijze en filosofie van de slagersfamilie is anders dan die van de doorsnee slager. Geen vitrines met kant en klare producten. “Alles bij ons is ‘maatwerk’, zegt Jan-Willem. Regelmatig hangt er een hele koe aan de haak. Soms lopen er kinderen langs, die het eng vinden. Ik roep ze dan naar binnen en leg uit wat het ruggenmerg is. Ze gaan toch ook op excursie naar museum Corpus?”
Regelmatig hangt er zo’n vierhonderd kilo ‘schoon aan de haak’

“De hele slagers business is in de loop der jaren veranderd. Het gros heeft zich laten verleiden tot de makkelijke weg en het oude ambacht overboord gegooid.
Ik heb als een van de laatsten nog het volledige pakket op de slagersvakschool gehad. Worst maken zit nu niet meer in de opleiding, ook niet als module, dat moet je dus in de praktijk leren.”
Vroeger werd met boekjes langs de deuren gelopen om ‘op te nemen’ waarna het vlees werd thuisbezorgd. “De grootste verandering met vroeger is de telefoon.”
Vader en zoon staan regelmatig met z’n tweeën in de slagerij en lachen hartelijk als het samenwerken ter sprake komt. “Op een gegeven moment heeft hij andere ideeën die beter zijn dan de mijne,” zegt vader Bas vanachter het hakblok.”
“Soms ook niet hoor,” grinnikt Jan-Willem. “Het is net een ladder. De een zet de ladder op en gaat klimmen. Mijn vader en ik hebben vijfentwintig jaar samen op die ladder geklommen. Opa Dirk moest ooit noodgedwongen de zaak in toen zijn vader, grondlegger Bas, in 1939 overleed.

“Thuis en de zaak zijn bij ons niet te scheiden. Als het druk is in de winkel moet je ’s avonds door. Dit is je leven. En als je je daar niet goed bij voelt moet je het veranderen.”
“Soms denk ik weleens ik had beter voor mijzelf kunnen beginnen. Dat was makkelijker geweest. Je wil natuurlijk nooit de generatie zijn waar het faalt, die druk is er wel altijd.”
Slagerij Tol werd In de oorlog van 1940-1945 aangewezen om het Coolsingelziekenhuis en de Adriaanstichting te bevoorraden. In de zaak werd gelaveerd tussen een toegewezen hoeveelheid vlees en een aantal bonnen.

Vertrouwen loopt volgens Jan-Willem als een rode draad door het bedrijf.
“Wij kennen onze klanten die soms al van generatie op generatie bij ons komen. Daar groei je in. Ons succes mag nooit ten onder gaan dòòr het succes. Dit bedrijf kan niet groeien want dan loop je klem op je ambacht. Dat betekent niet dat je stilstaat, je moet wel met je tijd meegaan.”

De vrouwen spelen een grote rol in het familiebedrijf. “In het geval van Yvette en mij is het onze eigen keuze geweest. Met elkaar werken en ook privé nog lol hebben.”
In de vorige generaties was het heel normaal dat de partners meewerkten. “Zonder de vrouwen naast de mannen was het bedrijf er niet geweest.”
 
Vader Bas, Yvette en Jan-Willem Tol
En wat de toekomst betreft? ”Ik laat onze twee kinderen compleet de vrije keuze.
Als je niet de drive van jezelf hebt moet je het niet doen.”

Rubriek 'Het hart van de zaak' Door Andrea van der Houwen
Editie Hillegersberg-Schiebroek Hart van Holland nummer 9   02-12-2015



1 opmerking:

  1. Grappig zo'n gedetailleerd en leuk verhaal als "oud" Hillegerbergenaar te lezen. Kan mij herinneren dat de vader van Bas Tol ook een zeer gedreven en op en top vakman was
    die exact wist wat te doen om zijn cliënten tevreden te houden. Mijn moeder was op een gegeven moment wat ontevreden over een een stukje vlees en wie stond er de daarna met een mooi stukje biefstuk voor de deur.... slager Tol ! Over klantvriendelijkheid gesproken (was begin vijftiger jaren) Maakte een enorme indruk op ons gezinnetje. M. vr. gr. Ton van 't Hoenderdaal

    BeantwoordenVerwijderen